In onze Doerak 950 PAV ligt nog een antieke Peugeot Indenor motor. Een prima motor en zolang één van de drie lampjes op het dashboard maar niet gaat branden is alles okay. Een goed werkende motor is een voorwaarde om te kunnen varen. Door het gebruik van mobiele telefoons, tablets en computers is stroom aan boord inmiddels bijna net zo belangrijk. Een simpele omvormer voldeed tot voor kort aan onze stroombehoefte, maar uiteindelijk trok deze het niet meer.

Steeds vaker moesten we de nacht stroomloos doorbrengen en daar werd de sfeer op de boot niet beter van. We investeerden daarom in een oplader/omvormer en met dit apparaat kan het niet meer fout gaan is ons verzekerd. Voor mij is het gewoon een knipperend kastje met hier en daar wat draden maar mijn Frank kan met dit stuk techniek aan boord voortaan fijn meten hoeveel stroom er in en uit gaat; een metertje aan de zijkant van het stuur geeft dat aan. Hoewel…. Hoe moet dat ding eigenlijk aan? Na een minuut of tien heeft Frank de oplossing, gewoon aanzetten via het bedieningspaneel -de eerste hobbel is genomen. Maar nu? Dat blauwe getal bij Volt, klopt het wel dat het boven de 12 staat? En dat onderste rode getal, bij Ampère, staat op 0. Dat is vast niet goed, toch? Frank en ik hebben wat betreft elektriciteit op school kennelijk niet goed opgelet, dus we staan er een beetje ongemakkelijk bij. “Weet je,” zeg ik ” laten we gewoon maar gaan varen. We zien wel. Dat kan toch nu geen kwaad?”  Frank start de motor en de eerste kilometer kijken we beiden steeds maar naar het nieuwe metertje. Getallen gaan omhoog en omlaag. We worden er onrustig van omdat we niet weten wát we moeten zien.

Frank concentreert zich ondertussen minder op het water en ik zit vooral te denken:” stel dat je een boot hebt met talloze metertjes, daar ben je dan wel heel druk mee. Het geeft veel meer stress. Dat is toch niks voor ons? ” Frank is intussen  ook zat en zet de meter uit. “Ik vraag wel op de haven hoe we dit moeten interpreteren,” zegt hij. “Precies op tijd,”denk ik. “En als ik het metertje zat ben plak ik er een stukje ducttape overheen.” Wat mij betreft heeft onze boot twee standen: hij doet het of hij doet het niet. Met de ‘we zien wel-mentaliteit’ zijn we tot nu toe ook overal gekomen! In dit geval is meten niet weten, maar zweten!

Er zijn weinig situaties op het water die ik eng vind. Drukke sluizen, chaotisch vaarverkeer, ik doe het allemaal fluitend.  Dat wordt anders zodra groot water in zicht is en de wind ‘fout’ staat. Het schip gaat rollen en het mag gezegd worden van onze boot: dat doet hij goed. Rollen is zo ongeveer het enige waar ik het Spaans benauwd van krijg. Je kunt mij honderd keer uitleggen dat de boot niet om zal gaan, mijn lijf zegt wat anders.

Ooit was dat natuurlijk niet zo. Toen we nog maar pas onze boot hadden, wilden we een keer vanuit Almere naar Marken oversteken. Volgens mijn man was dat met windkracht 5 geen goed plan. Ik was eigenwijs, dacht dat het wel mee zou vallen en natuurlijk kreeg ik mijn zin…. We waren de haven van Almere nog niet uit of alles vloog door de boot. De kinderen gilden het uit en zelfs omdraaien en terug naar de haven varen was een zeer angstige onderneming. Terwijl ik dit schrijf krijg ik weer een rolberoerte. Kortom, sinds dat moment ben ik  verpest. Ik heb een paar wateren in Nederland waar ik liever niet vaar. Op het Tjeukemeer, het Zwarte Meer, het Ketelmeer en het IJmeer vaar ik liever niet met wind opzij. Ik heb zelfs een keer een afspraak gemaakt met mijn ouders, dat als het zou gaan waaien op het IJmeer, zij mij in Almere zouden ophalen en in Muiden weer zouden afzetten. Met de auto. Mijn Frank mocht dan in zijn eentje de boot overvaren. Gelukkig was het niet nodig, de wind stond goed. Twee jaar geleden probeerde ik mijn grenzen toch maar weer eens te verleggen: met windkracht 4 van Lelystad naar Enkhuizen. De wind stond fout, het ging meteen al mis. Ik probeerde mij stoer te gedragen door een plek aan boord te zoeken waar ik het rollen minder voelde. Voorop, achterop, in het midden, het maakte niet uit, het bleef doodeng. Ik heb afleiding gezocht, ademhalingsoefeningen gedaan, niks hielp. Na een uurtje zei ik tegen Frank: “ik wil dit eigenlijk gewoon niet. ” Ik vond dat ik genoeg mijn best had gedaan en daarnaast vind ik ook dat iedereen recht heeft op zijn eigen beperkingen. We zijn laverend doorgevaren naar Enkhuizen, hebben er zeker drie uur langer over gedaan, maar de angst was stukken minder. Doe ik het de volgende keer weer? Ja, natuurlijk! Het maakt het varen spannend en onvoorspelbaar. Dat is nou juist het avontuur. Maar achteraf is alles makkelijk gezegd!

Het mag inmiddels duidelijk zijn, ik heb mijn boot gewoon voor de leut. Niet om er iets mee te bewijzen, ermee te pronken en ook niet om ‘m te poetsen. Er gaat zo nu en dan een lap over maar niet als het niet hoeft. Toch kan ik erg genieten van mensen die daar anders over denken.  Van poetsende mannen op het dek na wat regenspetters of een druipsluis. Waarom al die mannen daar zo druk mee zijn? Geen idee! Een druipsluis snap ik, die geeft zwarte spetters. Maar regendruppels?! Hoe belangrijk is het dat je boot glimt? Krijg je dan korting in de haven? Ik kan het niet nalaten om dan te vragen: “Doe je dat thuis ook? Maak je daar ook de kozijnen droog als het heeft geregend?”  Nog voor de man kan antwoorden  roept meestal de liefde van zijn leven iets van: “nou, thuis houdt hij nog geen stofdoek vast hoor. Maar ja, de boot is zijn kindje hè? ”  Soms probeert de man het dan nog goed te maken door er schaapachtig aan toe te voegen: “binnen is voor haar, buiten voor mij.”

Het kan echter ook anders: samen poetsen!  Zo zien we vorig jaar in een haven op zaterdagmorgen een echtpaar aan komen lopen met weekendtas en koelbox. “Gaan een weekend varen, gezellig,” denk ik nog. Vervolgens zie ik echter hoe er twee plastic tuinstoelen op de steiger worden gezet. In de stoelen worden tuinkussens gelegd en op die kussens grote badhanddoeken. Gaan ze zwemmen? Nee, ze gaan zitten om een sigaretje te roken. Na het sigaretje wordt een emmer met schoonmaakspullen tevoorschijn gehaald en met een stoffer en bezem wordt de boot ontdaan van blaadjes. Sigaretje. Dan wordt met de tuinslang de boot nat gemaakt en met spons en zeep het dek ingesopt. Sigaretje. Daarna weer de tuinslang, om af te spoelen. Sigaretje. Dan de ramen zemen. Dik drie uur later is de boot schoon – tijd voor weer een sigaretje. “Doen jullie dit vaker?” vraag ik verbaasd. “Ach, zegt de man terwijl hij zuchtend zijn rook uitblaast, “er is altijd wel wat te doen.”

De volgende morgen zie ik hem tot mijn verbazing wéér met een stoffer aan de gang. “Ik dacht dat je boot schoon was,” zeg ik glimlachend. “Ja, zegt hij, “maar ’s nachts komt er tóch weer stof op.” De boot zal het hele weekend niet van zijn plek komen; ze zijn hier niet om te varen, maar om te poetsen!

Ik pak een boek en een kop koffie. Dan maar geen showboot!

install.res.1041.dll

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nodig voor 4 personen:

1 flespompoen
1 courgette
1 koffiebeker volkoren speltmeel
1 koffiebeker (biologische) halfvolle melk
1 (biologisch) ei
1 snufje zout
1 theelepel baking soda
sap van 1 limoen (citroen mag ook)
zakje geraspte oude kaas
kruiden naar wens
olijfolie

Hoe maak je het?

Snij van de hals van de flespompoen 16 dunne plakjes, snij de korsten eraf of steek uit met een uitsteker. In een voorverwarmde oven op 180 gr. 15 minuten laten bakken naast elkaar op bakpapier. Kruiden naar wens (Marokkaanse kruiden, bbq kruiden, als het maar smaak geeft aan de pompoen).
Rest van de pompoen in stukjes snijden en in een ovenschaaltje ook in de oven 15 min. mee laten bakken. De stukjes in een blender fijnmalen en laten afkoelen.
Ondertussen speltmeel, melk, het ei en het zout mengen met een garde. Baking soda toevoegen. Sap van een limoen toevoegen en de pompoenpuree.
Maak een pan heet, giet er een klein beetje olie in, dan een paar eetlepels van het pannenkoekenbeslag. Wacht tot er bubbels in de pan ontstaan en de bovenkant een beetje droog is, dan omdraaien. Nog een minuutje mee laten bakken. Bak zo alle pannenkoeken, tot je 16 stuks hebt.
Snij ondertussen de courgette in schuine plakken, doe daar ook kruiden op. Nadat alle pannenkoeken gebakken zijn de courgette bakken in een klein beetje olie. Even om en om, een minuutje aan elke kant.

Dan de toren opbouwen. Eerst pannenkoeken op een bakplaat met bakpapier leggen, dan drie pompoenplakken op elke pannenkoek. Dan geraspte oude kaas en weer een pannenkoek. Daarop de courgetteplakjes  en weer geraspte oude kaas. Dan weer een pannenkoek en daarop de laatste pompoenplak en bestrooien met geraspte oude kaas.

15 minuten in een voorverwarmde oven op 180 graden en klaar!

Winkelen. Het schijnt een uitstervende hobby te zijn. Dan heb ik het niet over winkelen met je vingertoppen en je muis, maar gewoon, met je benen en sinds 1 januari met een lege boodschappentas. Je leest veel over de oorzaak daarvan en dat zal allemaal wel kloppen. Slechte economie, veel panden staan leeg en dat nodigt niet uit, online winkelen is goedkoper. Op zich allemaal waar, maar wat mij betreft mag daar nog een reden bij: de verstikkende bemoeizuchtige klantvriendelijkheid van de winkeliers. Als ik een winkel binnenloop vind ik het prima om ‘goedemorgen’ te horen en te zeggen, maar laat mij daarna met rust. Loop mij niet achterna met een gratis kopje thee (bij de Rituals, wie verzint het, hete thee als ik wil ruiken en probeersmeren) en confronteer mij niet met minstens drie naar teveel parfum ruikende, te dik geplamuurde dames die mij raad willen gaan geven (Parfumerie Douglas). Ik wil ook niet mijn bh-maat gaan bespreken bij Livera of Hunkemöller en blijf bij mij weg als ik in de Lush ben. Ook daar wil ik ruiken, genieten en geen goede tips, niet in het Nederlands, niet in het Engels (daar werken altijd wat meertaligen). Als ik winkel wil ik gewoon alleen maar genieten en dat doe ik nou eenmaal het liefst zonder advies. Ik zit dan in mijn bubbel. Mocht ik ernstig in de problemen raken omdat ik er niet uit kom dan zal ik heus niet in paniek totaal verwilderd om mij heen gaan kijken. Ik vraag het dan.

 shoppen-1  En dan. Dan kom ik bij de kassa. De laatste hobbel. “Wilt u voor een euro extra een pakje lekkere stroopwafels kopen,” zegt het meisje bij de Hema. Nee. Ik wil ook niet het eigen magazine kopen bij de Tuinen, als ik wil afrekenen wil ik gewoon betalen, een glimlach en een bonnetje. Zonder poespas. Ik blijf dan leuk en ben in staat een grapje te maken. We hebben dan allebei een leuke middag.

De ergste winkels blijven wat mij betreft de Etos en het Kruidvat. Niet omdat die winkels zo vervelend zijn, in tegendeel. Het is een walhalla van producten die mijn leven op kunnen frissen. Het gaat mij om de medicijnen die ik er koop. Ik haat het echt als ze bij de kassa zeggen: “heeft u nog vragen over het geneesmiddel? “Ik weet dat het moet van de regering en als ze het niet vragen levert dat op een fikse boete op, maar wat denkt de regering nou? Dat ik het idee heb dat paracetamol gebruikt wordt om de stoep ermee te krijten, dat je met een flesje bronchostop prima de wc kan schoonmaken? Denkt de regering dat we dom zijn? Zou het echt voorkomen dat er mensen bij de kassa zeggen: “nou je het zegt, ik heb wel een doosje aspirines in mijn mandje gegooid, maar kan ik daar wel echt goed mijn gebit mee schoon krijgen?” Stop met die onzin! We zijn toch niet gek?

Vorige week was ik nog even bij het Kruidvat voor onder andere een doosje paracetamol. Ik dacht de sfeer leuk te houden door haar voor te zijn en glimlachend te zeggen: “ik heb geen vragen over het geneesmiddel hoor!” “Mag ik u dan nog wel even wijzen op de bijsluiter, waar u meer informatie over het product kunt vinden.” NEE!

Laatst las ik in de top tien van vaarergernissen dat “bengelende fenders buitenboord” hoog genoteerd staat. Als ik om mij heenkijk zie ik ze inderdaad nogal eens hangen. Maar wat is het probleem? Ik heb ze ook aan de buitenkant van onze Doerak hangen. Ooit heb ik wel eens een poging gedaan ze binnen te halen omdat het voor het oog mooier vaart, maar ben daar snel van teruggekomen. Ik moest de fender in het gangpad leggen wegens ruimtegebrek en had bij het teruglopen niet  goed in de gaten dat ik het obstakel net had neergelegd. Ik maakte een volle schuiver waar Arjan Robben nog jaloers op kon zijn. Na de nodige krachtstermen heb ik het stuk plastik snel weer overboord gehangen. Nu zou ik natuurlijk ook een mooi korfje voorop het schip kunnen plaatsen om na iedere aanlegbeurt de fender in te plaatsen maar dat is nou net de plek waar onze hond zo’n leuk uitzicht heeft over het water. En zeg nou zelf: als je binnen in je boot zit zie je buiten niks bengelen. Kortom, ze hangen mij niet in de weg.

Is het echt alleen omdat het niet mooi oogt tijdens het varen? In ons geval vind ik het prima als u zich ergert aan mijn fenders. Ik heb liever dat u daar wat van zegt dan van mijn gammele studentenfietsen op het zwemplateau of mijn wapperende was die over de reling hangt. Ook ziet u dan niet dat onze boot last heeft van Doerakitis, loslatende verflagen. Mijn man doet hard zijn best de buitenkant bij te houden, maar het blijft een soort lappendeken. Maar wel eentje die van ons is, en we zijn er reuze blij mee. Die irritante fenders zijn in ons geval prettige bliksemafleiders.

Ik vind het reuze amusant om vrouwen met een fender over het dek te zien vliegen. Vaak zie ik ze dan naar de stuurman kijken of zij het wel goed doen. Meestal heeft de stuurman een andere mening, vooral in sluizen is dit een heerlijk tijdverdrijf. Eerst zie je een fender-met staartje naar stuurboord vliegen en dan toch op het laatste moment naar bakboord. Sommige mensen zijn er maar druk mee. Ik niet.

In mijn geval is mijn taak niet bijster spannend. Als we aanleggen hangt er al genoeg beveiliging buitenboord en als het moet geef ik ergens een klein tikje tegenaan met mijn voet. Ondertussen sta ik blij rond te kijken dat het mij weer gelukt is om zonder beschadigen aan te leggen. Soms, eigenlijk vaak, hoef ik zelfs bijna niks te doen. Ik stap even met een lijntje van de boot, waarna ik met plezier het touw doorgeef aan mijn man. Daarna kan ik met mijn handen in mijn zij kijken hoe hij zijn zware taak verricht om de boot vast te leggen. Kunt u zich voorstellen dat ik mijn ballen graag buitenboord laat hangen? En dat ik varen geweldig leuk vind?

 

Hebt u dat nu ook? Je komt aanvaren bij de enige brug die je die dag wil passeren en tijdens het dichterbij komen gaat hij op dubbel rood? Op de één of andere manier komen we dan altijd precies bij de aanvang van de middagpauze aan. Tijdens ons eerste vaarjaar leverde dat gedachten op als: “is het nou zó moeilijk om je boterham in één hand te houden en met de andere op een knopje te drukken,” of erger: “als jij nou in de haven niet zo getreuzeld had dan hadden we ‘m nog net kunnen halen.” Het werd iets waar we rekening mee gingen houden. Soms vertrokken we eerder uit de haven of voeren nét iets harder, maar zelfs dan bleek aan dat dubbel rood op een wonderlijke manier niet te ontkomen.

Was het niet zo dat we onze boot een paar jaar geleden gekocht hebben om de haast uit ons leven te halen? Is er geen beter moment dan tussen de middag lekker even gedwongen aan de kant te gaan liggen en zelf ook een boterham te eten? Tegenwoordig leggen we na het onvermijdelijke “arrgh nee hè” de boot aan, eten een broodje, maken een babbeltje met de andere slachtoffers van de verplichte boterhampauze, laten de hond uit, kijken even wat er aan de andere kant van de brug te beleven valt en doen desnoods een afwasje. De tijd is zó om. Als de brug op enkel rood gaat dan is het even haasten; onze oude motor moet een paar minuten draaien voordat we kunnen vertrekken, snel trossen losgooien, door de brug varen, even een opgestoken hand richting brugwachter als dank en we kunnen weer fris door naar het tweede gedeelte van onze tocht.

Wachten kan je ook nieuwe inzichten geven. Dit jaar fietsten we vanaf de City Marina naar het centrum van Rotterdam. Net voor ons gingen de slagbomen dicht en de brug open voor een motorboot die naar de haven wilde. Na enig ge-@#!@ beseften we dat dit dezelfde brug was waar we een uur daarvoor zelf met enig ongeduld voor moesten wachten. Het is dus maar net vanuit welk perspectief je naar iets kijkt.

Wij varen liever dan dat we een niet zelf gekozen pauze moeten nemen. Zeker als we nog maar net onderweg zijn. Het is echter geen probleem als we weten wanneer de brug weer bediend wordt. Dat is anders als je niet gezien wordt, als er niet gereageerd wordt op de marifoon of als er niets gebeurt nadat je met gevaar voor eigen leven hangend uit de boot op een knop hebt gedrukt die je in eerste instantie over het hoofd hebt gezien. Laatst werd met het bord “bus komt” aangegeven dat de brug niet bediend werd. Met vijftien schepen hebben we een half uur gewacht totdat de bus met één inzittende voorbij kwam. Weet je wie de échte brugwachters zijn? Dat zijn niet de mensen die de brug bedienen, maar  wij: de motorbootvaarders!

Laatst voeren we stroomafwaarts op de Waal, laverend tussen grote vrachtschepen. We hadden net het kruispunt met het Amsterdam Rijnkanaal gepasseerd en waren op weg naar de haven in Tiel. U kwam achter een groot vrachtschip aan het kanaal uitvaren en voer langs ons richting Tiel. Waarom het gebeurde weet ik niet, maar u voelde een sterke behoefte om het gas volledig open te zetten terwijl u ons inhaalde. Misschien wilde u zich even echt ‘het mannetje’ voelen, daar heb ik geen moeite mee als u die behoefte voelt. Wel heb ik moeite met het feit dat u zich buitengewoon asociaal gedroeg daardoor. Heeft u enig idee wat er achter u gebeurt na uw wilde actie? Het feit dat mijn hond zich angstig terugtrekt tussen de benen van mijn man, alle losliggende delen in mijn boot op een onverwachte plek teruggevonden worden, het feit dat de verrekijker voor de zoveelste keer  in het vooronder ligt? Nee, daar heeft u vast geen idee van, of misschien, heel misschien kickt u daar zelfs een beetje op? Om u heerser over het water te voelen? U heeft nog geluk gehad. Ik had u persoonlijk via de marifoon de oren willen wassen maar mijn man zat in de weg. Hij was bezig de golven te trotseren terwijl hij u, uhm, ja, beslist geen prettige middag wenste.

Wat ik veel vervelender vind, het is de zoveelste keer dat het ons gebeurde en mede door uw actie ga ik een tamelijk overhaast gegeneraliseerd gevoel krijgen over u en uw soortgenoten. Als ik een grote witte boot zie, waarvan ik weet dat dit wel eens een snelle rakker zou kunnen zijn, hou ik de opvarenden scherp in de gaten. Een staande man nog meer (ik heb dit gedrag bij vrouwen nog nooit meegemaakt) want de ervaring leert dat zittende mannen zich minder haantjeachtig gedragen.  Veel jonge vrouwen aan boord doet ook geen goed, dan gaan de hormonen extra meespelen.

U vindt mij vast een zuurpruim, of erger. En inderdaad, ik heb niks met snelle boten. Ik heb een langzame boot, juist om de haast uit mijn leven weg te nemen. Maar ik weet en respecteer dat anderen het juist wel een goed gevoel geeft om zich met de wind in de haren ‘King of the World’ te voelen. Tenslotte moeten we allemaal kunnen genieten van het water zoals we dat zelf willen. Gelukkig hebben niet alle snelle boten uw gedrag. Regelmatig zien we ook dat boten even inhouden tijdens het langsvaren en weer optrekken als ze ons voorbij zijn. Het gekke is, ik heb het idee dat die mensen net zo van hun boot genieten als u. Dus zouden u en de uwen dat in het vervolg ook misschien kunnen doen? Dan beloof ik dat ik, als ik u de volgende keer in een haven tegenkom, helemaal zal prijzen met uw mooie grote witte boot. En ik steek mijn duim op als u mij voorbijvaart. Varen doen we toch samen?

Mijn man is opgegroeid met water. Hij bezat vroeger verschillende zeilboten en toen ik hem leerde kennen had hij zelfs een heuse Windglider Concordia, nummer 25! Later huurden wij af en toe een bm, maar dankzij mijn zelkamptrauma, ik bespaar u de details, vond ik dat vooral leuk bij windstil weer. Bij mijn man bleef het echter kriebelen en toen de kinderen wat groter werden kochten we een Polyvalk. We hebben er veel plezier mee gehad en hebben hem nog steeds.  Hij ligt in Loosdrecht een dure ligplek bezet te houden. Voor mij bleef het varen vooral leuk bij windstil weer en boven de 25 graden.  Voor mijn man best lastig, die houdt van een beetje snel en schuin. Kent u Loosdrecht? Mocht u er ooit varen en een zeilboot zien bij bijna windstil weer met een dikke reef in het zeil: dat zijn wij! Wat ik wél leuk vond en vind aan zeilen: het getut in de haven, het babbelen bij de toiletten, het ergens aanleggen en op de kant een hapje eten langs het water, het zwemmen, het ‘samen voelen.’

Onze achterburen hadden een camper en na een kleine rondleiding door het voertuig besloten wij er ook maar eens eentje te huren. We hadden een toptijd. We reden door Frankrijk, sliepen langs de kust, middenin dorpjes; het elke dag op pad zijn en ergens heenrijden waarbij wij ’s morgens nog niet wisten waar wij ’s avonds zouden slapen bracht iets nieuws: het avontuur. En ook iets anders: een wc aan boord, iets dat de zeilboot niet had en een absolute verrijking. Maar de camper had een onverwacht nadeel: we stonden altijd op asfalt. We zouden natuurlijk best op een camping kunnen gaan staan in het gras, maar dat was niks voor ons.

Op de terugweg van een zomer vakantie, nu vijf jaar geleden, besproken we de volgende reis (je kan er maar vroeg genoeg bij zijn). Het idee van een lange vakantie door de VS werd afgeserveerd en het gesprek kwam weer op de zeilboot. Dan toch maar een grotere met kajuit kopen? Nee, ik vond het gedoe rondom die boot heel leuk, maar het zeilen niks. Een camper kopen dan maar? Nee, ook geen goed idee, in Nederland moet je verplicht op campings staan of je moet naar het buitenland rijden. Voor een weekendje is dat niks.

Al pratend en luisterend naar elkaar ontstond het derde alternatief. Waarom kopen we geen motorboot? Weg schuin varen, weg op asfalt staan, maar wel lekker op het water zijn en getut in de havens. En de mogelijkheid om elke dag ergens anders te kunnen liggen. Binnen een week was de boot gekocht van het geld dat we eigenlijk gereserveerd hadden voor de belastingdienst. Vandaar dat onze boot “de Viskus” heet. Het werd onze beste financiële beslissing ooit!

Vorig jaar voeren we vanuit Muiden naar Weesp. Het doel van de dag was aanleggen in het centrum van Weesp, maar bij aankomst blijkt de kade vol. We leggen de boot stil om even samen te overleggen. Wat nu? We zien dat de schepen hier, zoals zo vaak, ver van elkaar afliggen. Maar als boot M een klein stukje naar voren gaat kunnen wij er gemakkelijk tussen. “Vast geen probleem,” denken wij nog en we varen langs de boot om de aandacht te trekken. In de kuip zit de schipper, meneer J, die zich duidelijk slapend houdt gezien het feit dat hij af en toe onder zijn oogleden door naar ons lijkt. We varen wat heen en weer en trekken inmiddels aandacht van de hele kade, maar meneer houdt zich nog steeds slapend. Dan stap ik over op plan B. Ik roep:”Aardige meneer van boot M, we hebben een probleem. Zou u een paar metertjes naar voren kunnen gaan liggen, dan passen we er tussen. Mijn dochter komt zo met de trein en rekent erop dat we hier liggen.” Hij opent zijn ogen en zegt: “Nee, ik blijf niet aan de gang, ik heb vandaag al vier keer mijn schip verlegd, ik blijf hier liggen.” Ik schrik van zijn reactie, ik snap heel goed dat het vervelend is, maar schippers helpen elkaar toch? Twee boten verder zie ik een gezin op het achterdek zitten. Zij hebben alles gehoord. “Niet waar hoor, wij liggen hier al de hele dag en hij is niet van zijn plek geweest.” De eigenaar van die boot stapt van zijn boot en ik zie hem naar boot M lopen, in gesprek met de man gaan en na een paar minuten komt hij terug. “Hij wil niet, ik heb hem aangeboden te helpen maar hij weigert.” We dobberen hier inmiddels ruim een half uur rond. Oké, plan C denk ik, en terwijl we overleggen wat plan C gaat inhouden zie ik dan toch opeens meneer J opstaan, van zijn boot afstappen en zijn boot een meter verleggen. Net genoeg dat Frank onze boot er met de nodige precisie tussen kan leggen.

Natuurlijk ben ik dankbaar, maar ook boos. Vooral omdat wij zelf altijd erg alert zijn om andere schepen te helpen met aanleggen en in de gaten houden of er genoeg ruimte is. Ik kook nog net niet van woede, maar nadat we veilig de boot hebben aangelegd loop ik naar hem toe om mijn frustratie te uiten. Na twee meter bedenk ik mij opeens. Ik doe het anders. Ik zeg tegen hem: “waarom doet u nou zo onaardig tegen mij? Ik ben best leuk.” Ik zie hem schrikken en ondertussen zie ik zijn vrouw achter hem uit hun boot stappen. “Ja J, zie je nou, ik zeg het zo vaak tegen je, doe nou toch niet zo vervelend,” en ze geeft hem een enorme preek waarna hij naar binnen gaat en de rest van de dag niet meer naar buiten komt. Missie geslaagd denk ik nog. Zij heeft vast meer invloed op hem dan ik.

Onze dochter komt inmiddels in de stromende regen aanlopen en we zijn blij dat we hier uiteindelijk konden liggen! Ondanks en dankzij meneer J!